Het atelier3 min lezen
Langzaam gegoten: een dag in het atelier
Van de eerste smelt om zeven uur tot de laatste lont die in de schemering wordt gecontroleerd: een dag met de mensen die onze kaarsen gieten.
Het atelier is één lange ruimte met stenen muren: aan de ene kant een rij smeltpotten, aan de andere kant planken met rijpende kaarsen. Het blijft er het hele jaar koel, en dat bevalt de was. We werken hier met een handvol mensen. Dit is een gewone dag.
Zeven uur: de eerste smelt
De eerste taak is de was op temperatuur brengen. Blokken gefilterde bijenwas gaan de avond ervoor in de potten, en om zeven uur zijn ze vloeibaar en goudkleurig. We smelten de was langzaam au bain-marie, nooit boven een open vlam, zodat hij nooit aanbrandt en zowel zijn kleur als zijn honinggeur behoudt.
Terwijl hij opwarmt, worden de kommen gecontroleerd. Elke kom van steengoed komt van onze pottenbakker en verschilt een beetje van de volgende. We bekijken ze een voor een op barsten of ruw glazuur aan de binnenkant en zetten dan een katoenen lont in het midden, met een klemmetje dat hem recht houdt.
Halverwege de ochtend: gieten
Gieten is stil werk. De was gaat erin op een temperatuur die we binnen een paar graden constant houden, langzaam, uit een kan met een smalle tuit, zodat er geen lucht in blijft zitten. Bij de geurkaarsen worden de biologische etherische oliën op het laatste moment erdoor geroerd, afgemeten op gewicht.

Bijenwas krimpt als hij afkoelt, en rond de lont ontstaat een kleine holte. Een uur later vullen we elke kaars bij met een tweede, kleinere gietbeurt. Die stap geeft onze kaarsen in keramiek hun vlakke, gelijkmatige oppervlak.
Batches die klein genoeg zijn om elke lont met de hand te controleren.
’s Middags: stompkaarsen en inpakken
Na de lunch worden de mallen voor stompkaarsen geopend die de dag ervoor zijn gegoten. De stompkaarsen glijden eruit, worden aan de onderkant recht afgesneden en met een zachte doek gepolijst. Elke kaars wordt gewogen en krijgt zijn batchnummer aan de onderkant.
Dan worden de kaarsen ingepakt die weken geleden zijn gegoten en nu volledig gerijpt zijn. Elke kaars wordt in papier gewikkeld, voorzien van een etiket en in een doos gedaan door dezelfde persoon die hem heeft gecontroleerd, zodat we altijd weten door wiens handen hij het laatst is gegaan.
Schemering: de laatste controle
Voordat we weggaan, wordt van elke batch één kaars aangestoken op de testplank. We kijken hoe het smeltbad zich vormt, hoe hoog de vlam staat en of hij rookt, en de notities gaan in het batchboek. Klopt er iets niet, dan wacht de hele batch tot we weten waarom.
Daarna worden de potten afgedekt, gaan de lichten uit en rijpen de kaarsen verder in het donker. Niets gaat hier snel. Dat is eigenlijk precies de bedoeling.