Verzorging3 min lezen
De lont bijknippen, en waarom het ertoe doet
Vijf millimeter. Het is de kleinste gewoonte die een kaars schoner, helderder en langer laat branden.
Vijf millimeter. Als er één gewoonte is waardoor een kaars beter brandt, dan is het de lont voor elke brandbeurt tot die lengte bijknippen. Het kost een paar seconden en het verandert bijna alles aan de vlam.
Wat een lange lont doet
Een lont zuigt gesmolten was omhoog naar de vlam. Hoe langer hij is, hoe meer brandstof hij aanvoert en hoe groter de vlam wordt. Voorbij een bepaald punt kan de vlam niet alles schoon verbranden. Hij wordt hoog en onrustig, geeft roet af en vormt een klein zwart kapje koolstof op de punt.
Een korte lont geeft een kleinere, rustigere vlam die de was langzaam en gelijkmatig verbruikt. Dat wil je bij bijenwas, die dicht is en van nature langzaam brandt.
De kleinste gewoonte maakt het grootste verschil voor de vlam.
Zo knip je hem bij
- Wacht tot de kaars is afgekoeld en de was is uitgehard.
- Heeft de lont nog een donker kapje van de vorige keer, knijp dat er dan eerst af.
- Knip de katoenen lont bij tot ongeveer 5 mm, met een lontschaar of een scherpe schaar.
- Haal het afgeknipte stukje en losse restjes uit de was.
Onze kaarsen zitten diep in hun kom, dus met een gewone schaar kan het lastig zijn. Een lontschaar, met haar schuine bladen, komt er makkelijk bij. Voor stompkaarsen en dinerkaarsen volstaat een gewone schaar.

Tijdens een lange brandbeurt
Brandt een kaars al een paar uur en begint de vlam te groeien of te flakkeren, doof hem dan, laat de lont afkoelen, knip hem bij en steek hem opnieuw aan. Knip nooit een brandende lont bij.
Onze lonten zijn van eenvoudig gevlochten katoen, gekozen voor elk formaat kaars. Goed bijgeknipt branden ze samen met de was op en laten ze bijna geen roet achter op het glazuur of op de muur erachter.
Waarom de gewoonte de moeite waard is
Een bijgeknipte lont doet meer dan de vlam netjes houden. Hij vertraagt het branden, zodat de kaars langer meegaat. Hij houdt het glazuur van een kom, en de muur achter een stompkaars, vrij van roet. En hij voorkomt dat de lont scheef gaat staan, waardoor een kaars aan één kant wegbrandt. Van alle gewoonten in de kaarsverzorging is dit de gewoonte die we zouden houden als we er maar één mochten houden.